Werelderfgoed in Spanje

De UNESCO Werelderfgoedlijst bestaat uit belangrijk materieel-cultureel erfgoed en natuurerfgoed zoals beschreven in de Overeenkomst voor het Werelderfgoed van UNESCO die in 1972 is opgesteld.[1] Spanje ondertekende de conventie op 4 mei 1982 en vanaf dat moment kwamen belangrijke historische plaatsen in het land in aanmerking voor plaatsing op de lijst.[2]

Spaans erfgoed werd voor het eerst in de lijst opgenomen tijdens de achtste zitting van het Werelderfgoedcomité die in 1984 plaatsvond in Buenos Aires, Argentinië. Tijdens die zitting werden vijf Spaanse erfgoedlocaties toegevoegd: de "Mezquita-Katedraal van Córdoba"; "De Alhambra en Generalife, Granada"; de "Kathedraal van Burgos"; "Klooster en plaats van het Escorial, Madrid"; en "Park Güell, Palau Güell en Casa Milà, in Barcelona".[3] In 1985 werden nogmaals vijf Spaanse erfgoedlocaties toegevoegd en nog eens vier in 1986. Afgezien van de jaren 1984, 1985 en 1986 (de eerste drie jaar dat Spanje als volwaardig lid meedeed), werd ook in 2000 het hoogste aantal van vijf in één jaar ingeschreven Spaanse ergfoedlocaties gehaald. In juni 2016 was een totaal van vijfenveertig Spaanse erfgoedlocaties in de lijst opgenomen, waarmee Spanje, na China (vijftig) en Italië (eenenvijftig), de derde plaats inneemt van landen met de meeste ingeschreven objecten. Van deze vijfenveertig objecten, zijn veertig materieel-cultureel erfgoed, drie natuurerfgoed en twee gemengd (beantwoordend aan zowel culturele en natuurhistorische criteria), zoals vastgesteld aan de hand van de selectiecriteria van het Werelderfgoedcomité.[2]

Het erfgoed Pyreneeën - Monte Perdido wordt gedeeld met Frankrijk, terwijl Prehistorische rotskunst in de Coa Vallei en de Siega Verde met Portugal wordt gedeeld. Daarnaast zijn de kwikzilvermijnen van Almadén in Castilië-La Mancha en die van Idrija in Slovenië samen als Erfgoed van kwik in Almadén en Idrija ingeschreven. Van de zeventien autonome gemeenschappen in Spanje, bezit Castilië en León het meeste erfgoed, met zes exclusieve en twee gedeelde erfgoedlocaties.[4]

Daarnaast heeft Spanje een speciale overeenkomst, de zogeheten Spanish Funds-in-Trust, gesloten met UNESCO. Deze overeenkomst werd op 18 april 2002 ondertekend door Francisco Villar, de Spaanse ambassadeur en permanente vertegenwoordiger bij UNESCO, en de directeur-generaal van UNESCO, Kōichirō Matsuura. Het fonds stelt jaarlijks 600.000 ter beschikking aan een zelfgekozen programma. Gewoonlijk bestaan deze programma's uit hulp aan andere lidstaten, met name in Latijns-Amerika, veelal ter ondersteuning van nominatieprocessen voor erfgoed en het beoordelen van voorlopige erfgoedobjecten.[5] Spanje was voorzitter van het Werelderfgoedcomité in 2008 en 2009, en in 2009 was zij het gastland van de 33e zitting van de commissie in Sevilla, Andalusië.[5]

In andere talen