Formatie (voetbal)

In het voetbal wordt door de formatie bepaald, hoe de spelers op het veld staan. Er bestaan veel verschillende formaties. Meestal wordt een formatie gekozen, nadat is bepaald of een ploeg wil gaan aanvallen of juist niet. Clubs die de aanval willen kiezen, spelen tegenwoordig vaak in een 3-4-3, 4-3-3 of 4-2-3-1-opstelling. Als een ploeg geen tegendoelpunt wil krijgen, wordt er al snel gekozen voor 5-3-2, 4-5-1 of 4-4-2, maar dan met een verdedigend ingesteld middenveld.

De formaties worden beschreven door het aantal spelers in elke linie. 4-4-2 betekent bijvoorbeeld dat een ploeg speelt met vier verdedigers, vier middenvelders en twee aanvallers. De doelman (keeper) wordt nooit genoemd, omdat dit er altijd één is. Meestal worden hiervoor dus drie getallen gebruikt, maar soms ook vier of zelfs vijf (bijvoorbeeld voor de formaties 4-4-1-1 en 4-1-2-1-2). Pas in de jaren vijftig werd dit systeem van het benoemen van een formatie in gebruik genomen. Op dat moment speelden bijna alle ploegen 4-2-4.

Tijdens een wedstrijd kan de formatie van een ploeg ook veranderd worden. Soms wil de trainer de strategie of instelling van zijn ploeg wijzigen en soms wordt hij ertoe gedwongen, omdat een speler geblesseerd raakt of van het veld wordt gestuurd. Soms worden formaties ook automatisch veranderd als spelers over het hele veld bewegen. Zo speelde Brazilië in de jaren zeventig 4-4-2, maar omdat de backs meegingen in de aanval werd deze formatie in balbezit automatisch veranderd in een soort 2-4-4.

Ook in het amateurvoetbal worden formaties gebruikt, maar hier zijn de instructies vaak minder streng. De spelers zijn minder goed dan de profs en het belang van de wedstrijden is ook minder groot.

In andere talen